De markt

Heel lang geleden arriveerde de jonge boer Thomas, na een lange tocht, in een klein afgelegen dorpje. Thomas was een ondernemende, moedige man die samen met zijn vrouw Miranda een nieuw bestaan wilde opbouwen. Ze hadden een kleine boerderij gekocht en het enige wat nog ontbrak waren de dieren.

Op een ochtend stond Thomas vroeg op en vertrok, met ferme pas, naar een nabij gelegen dorp. Dit dorp had een grote veemarkt waar allerlei dieren verkocht werden.

De markt was enorm groot, met ontzettend veel paadjes die Thomas als een doolhof langs nieuwe geuren en vreemde geluiden voerden.

Op de markt verkochten ze ontzettend veel dieren en Thomas moest even rustig mediteren welke dieren hij nodig had om zijn leven op de boerderij goed te beginnen. Hij had niet zo veel geld, dus hij moest zich goed bedenken welke dieren het voordeligst waren en welke hij het meest gunstig kon aanschaffen.

Tijdens zijn tocht over de markt waren de eerste dieren dat hij tegenkwam de kippen. Het waren rustige kippen, redelijk dik, met zachte veren en een oranje snavel die je al vanaf een afstandje kon zien glimmen. Thomas bedacht zich snel dat deze dieren eenvoudig te verzorgen waren en zag het al helemaal voor zich dat hij iedere morgen heerlijke verse eieren kon rapen. Hij besloot een mooi paartje te kopen.

In het volgende kraampje zag hij een aantal schapen met een dikke vacht van zachte witte wol. Deze wol kon Miranda goed gebruiken om lekker warme kleding mee te maken. Zonder verder te twijfelen kocht hij een paar schapen en liep verder over de markt.

Aan het einde van het pad hoorde hij een bekend geluid, ‘miauw, miauw!’. Thomas bedacht zich dat er op de boerderij waarschijnlijk flink wat muizen rondliepen en dat een poes hem kon helpen om deze te laten verdwijnen.

Thomas wilde graag een boerderij zonder muizen en dus kocht hij een mooi zwart poesje met prachtige groene ogen.